Als u op enig moment minder dan zeven jaar van uw AOW-gerechtigde leeftijd verwijderd en ten minste zeven jaar in dienst bent, dan kunt u een beroep doen op de 80-80-100 regeling (80% werken-80% inkomen-100% pensioenopbouw).

U kunt uw werkgever verzoeken om tot aan uw uitdiensttreding uw arbeidsduur met maximaal 20% te bekorten met behoud van pensioenopbouw van 100% binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. De arbeidsduur die u had tot twee jaar voordat de regeling ingaat, is bepalend voor de berekening van bovengenoemde percentages. Uw arbeidsvoorwaarden worden dan naar rato aangepast, maar uw pensioenopbouw wordt in deze periode volledig voortgezet (80-80-100 regeling).

Als u op uw 60ste levensjaar minder dan zeven dienstjaren hebt opgebouwd, dan kunt u van deze regeling gebruik maken gedurende maximaal de helft van het aantal dienstjaren dat u kunt bereiken bij uw werkgever tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd.

De dag waarop de regeling ingaat is bepalend voor de berekening van de lengte van het dienstverband en maximale duur van de regeling voor u.

De procedure voor het aanvragen van de aanpassing van de arbeidsduur, die geldt op grond van de Wet flexibel werken, is hier van toepassing.

Indien u gebruik maakt van de 80-80-100 regeling kunt u geen beroep doen op het vitaliteitsverlof. U kunt geen beroep doen op de 80-80-100 regeling indien u gebruik maakt van de voormalige regeling seniorenverlof, tenzij u er voor kiest om daarvan afstand te doen.

Een beroep op deze 80-80-100 regeling wordt één keer gehonoreerd. Voortijdige beëindiging van deelname aan deze regeling geeft u geen recht om een beroep te doen op de vitaliteitsregeling.