Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent ontvangt u:

  1. bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% een aflopende aanvulling in het derde, vierde en vijfde ziektejaar tot respectievelijk 75% (3e jaar), 50% (4e jaar) en 25% (5e jaar) van het jaarinkomen, vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage;
  2. bij een arbeidsongeschiktheid tussen 35 en 80% of bij een niet-duurzame arbeidsongeschiktheid van 80-100% een aanvulling tot 70% van het jaarinkomen over het arbeidsongeschikte deel tot het maximum dagloon tot aan uw AOW-gerechtigde leeftijd.


Indien uw jaarinkomen meer bedraagt dan het SV-loon ontvangt u naar rato van uw arbeidsongeschiktheid een aanvullende uitkering van:


Het inkomensgedeelte boven een bedrag van het functie-eindsalaris van salarisschaal 15 van het modelsalarissysteem van deze cao blijft hierbij buiten beschouwing, met dien verstande dat hierover nadere voorzieningen per werkgever kunnen worden getroffen. Deze aanvullende uitkering is  onafhankelijk van het al dan niet handhaven van het formele dienstverband.

U kunt aanspraak maken op bovenstaande uitkeringen, met dien verstande dat u nimmer meer kunt ontvangen dan bij volledige arbeidsgeschiktheid. Zodra de arbeidsongeschiktheid vervalt, heeft u ook geen recht meer op de aanvullende uitkeringen.

Als u bij indiensttreding opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen over uw gezondheidstoestand heeft verstrekt – voor zover relevant voor de functievervulling – kunt u geen aanspraak maken op de in dit artikel bedoelde aanvullende uitkeringen.