Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent ontvangt u:

  1. bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% een aflopende aanvulling in het derde, vierde en vijfde ziektejaar tot respectievelijk 75% (3e jaar), 50% (4e jaar) en 25% (5e jaar) van het jaarinkomen, vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage;
  2. bij een arbeidsongeschiktheid tussen 35 en 80% of bij een niet duurzame arbeidsongeschiktheid van 80-100% een aanvulling tot 75% van het jaarinkomen over het arbeidsongeschikte deel tot het maximum dagloon gedurende de loongerelateerde periode. Indien u verwijtbaar minder dan 50% van uw restcapaciteit benut komt u niet voor deze aanvulling in aanmerking.

Indien uw jaarinkomen meer bedraagt dan de maximum WGA-uitkeringsgrondslag en u op de eerste ziektedag reeds ten minste vijf jaren in dienst van uw werkgever bent geweest, ontvangt u naar rato van uw arbeidsongeschiktheid een aanvullende uitkering van:

  • 70% van het jaarinkomen voor zover dat meer bedraagt dan de maximum WGA-uitkeringsgrondslag
  • 80% van het jaarinkomen verminderd met de uitkering ingevolge de WGA, indien u vóór 1 januari 2017 de leeftijd van 57,5 jaar heeft bereikt op de eerste ziektedag of indien u op uw eerste ziektedag 7,5 jaar of minder verwijderd bent van uw AOW-gerechtigde leeftijd.

Het inkomensgedeelte boven een bedrag van het functie-eindsalaris van salarisschaal 15 van het modelsalarissysteem van deze cao blijft hierbij buiten beschouwing, met dien verstande dat hierover nadere voorzieningen per werkgever kunnen worden getroffen. Deze aanvullende uitkering is onafhankelijk van het al dan niet handhaven van het formele dienstverband.

U kunt aanspraak maken op bovenstaande uitkeringen met dien verstande dat u nimmer meer kunt ontvangen dan bij volledige arbeidsgeschiktheid.

Zodra de arbeidsongeschiktheidsuitkering vervalt heeft u ook geen recht meer op de aanvullende uitkeringen.