De werkgever en de medewerker voeren samen het gesprek over de op de medewerker toegesneden ontwikkelingsdoelstellingen en activiteiten, die bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van de medewerker. Tenminste eenmaal per jaar vindt een dergelijk gesprek plaats. In dit gesprek geeft de leidinggevende aan of er sprake is van veranderende omstandigheden bij de werkgever en welk effect deze naar verwachting zullen hebben op het werk van de medewerker. De veranderende werkomgeving kan immers een ander profiel van vaardigheden en competenties vereisen. In dat kader wordt ook gesproken over de vitaliteit en wendbaarheid van de medewerker en is er aandacht voor werkdruk. Ook kan de medewerker zijn veranderde persoonlijke omstandigheden of de wens voor een carrièreswitch bespreken. In het belang van zijn ontwikkeling wordt de medewerker uitdrukkelijk uitgenodigd om dit kenbaar te maken.