Voor medewerkers die bij de invoering van artikel 10 (CAO 1995-1998), reeds werkzaam waren in ploegendienst of verschoven werktijden blijft de toen geldende compensatieregeling gebaseerd op de toenmalige urenindex onverkort van toepassing, in die zin dat:

Voor zover deze extra uren feitelijk in tijd worden genoten, worden zij gewogen overeenkomstig de toenmalige urenindex voor gewerkte uren. 

In het kader van deze overgangsbepaling wordt onder uurloon verstaan:
het persoonlijk functiesalaris gedeeld door 2000. In geval van een kortere arbeidsduur wordt voor de berekening uitgegaan van 50 x het overeengekomen gemiddeld aantal uren per week.